Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2017-392

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2017-392
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. R. de Kruif, secretaris)

Klacht ontvangen op : 2 september 2016
Ingediend door : Consument
Tegen : Univé Zuid-Holland Bemiddeling B.V., gevestigd te Delft, verder te noemen Aangeslotene
Datum uitspraak : 21 juni 2017
Aard uitspraak : Niet-bindend

Samenvatting
Consument is niet op de juiste wijze aangemaand tot het nakomen van zijn verplichting tot het betalen van een vervolgpremie. Geen rechtsgeldige schorsing van de dekking. Vordering toegewezen.
1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument digitaal ingediende klachtformulier d.d. 2 september 2016;
• het verweerschrift van Aangeslotene d.d. 8 november;
• de repliek van Consument.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft met ingang van 30 april 2014 via het Internet een bromfietsverzekering via Aangeslotene afgesloten, welke verzekering jaarlijks stilzwijgend wordt verlengd. Voor 2016 bedroeg de (prolongatie)premie € 77,34.

2.2 Aangeslotene heeft per brief d.d. 26 april 2016 Consument een betalingsherinnering gestuurd met betrekking tot de nog openstaande (prolongatie)premie voor de bromfietsverzekering, verschuldigd per 1 april 2016, waarbij de volgende waarschuwing is afgegeven:

“Wettelijk zijn we verplicht u op de hoogte te brengen van de mogelijke gevolgen van het niet op tijd betalen van de premie van uw verzekering, dat zetten we hieronder even op een rij:
1. 14 dagen na de eerste aanmaning, stopt Univé de dekking op uw verzekering als u nog steeds niet heeft betaald. De verzekeringsovereenkomst loopt nog wel gewoon door, dus ook de verplichting tot het betalen van de premie. Er is dan geen dekking meer en Univé zal, als er schade is, de schade niet vergoeden. Als we dan bijvoorbeeld een benadeelde moeten betalen voor schade die door u is veroorzaakt, zullen we het bedrag op u verhalen. Univé kan ook besluiten de verzekering op te zeggen. De premie moet wel tol het einde van de verzekering worden betaald.
2. Als u na de eerste aanmaning nog niet betaalt zullen we aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) melden dat de dekking van de verzekering is gestopt. Dit is alleen van toepassing indien de openslaande premie betrekking heeft op een gekentekend voertuig. U staat dan bij de RDW vermeld als niet verzekerd. Als uit een controle door de RDW blijkt dat uw gekentekende voertuig niet verzekerd is, kunt u een boete krijgen van minimaal €320.-.
3. Als u dan nog niet betaald heeft en ook geen contact met ons heeft opgenomen, kan Univé besluiten uw verzekering definitief te beëindigen en over te gaan lot gerechtelijke incasso. Aan deze incassoprocedure zijn kosten verbonden die we op u zullen verhalen. In uw geval zullen de kosten hiervan minimaal € 40,- bedragen en deze kunnen oplopen tot 15% van de niet op tijd betaalde premie.”

2.3 Bij brief van 10 mei 2016 heeft Aangeslotene een aanmaning naar Consument verstuurd met daarin de volgende mededeling:

“Als wij het verschuldigde bedrag niet voor 22 mei 2016 hebben ontvangen zullen wij de dekking van uw verzekeringen opschorten.” Daarbij was eveneens de hierboven onder punt 2.2 aangehaalde waarschuwing opgenomen.

2.4 Per e-mailbericht van 18 mei 2016 heeft Aangeslotene Consument ook op de premie-achterstand gewezen en bij e-mailbericht van 24 mei 2016 is het opschortingsaanhangsel aan Consument verzonden.

2.5 Aangeslotene heeft de dekking van de bromfietsverzekering vanaf 22 mei 2016 opgeschort als gevolg van het niet (op tijd) betalen van de premie.

2.6 Op 4 juli 2016 heeft Consument een adreswijziging doorgegeven en de premie alsnog voldaan. Vervolgens heeft Aangeslotene met ingang van 5 juli 2016 de opschorting van dekking van de bromfietsverzekering weer opgeheven.

2.7 Bij brief van 20 augustus 2016 heeft het CJIB aan Consument een boete van € 339,- opgelegd vanwege het niet verzekerd hebben van zijn bromfiets op 29 juni 2016. Consument heeft beroep ingesteld bij het parket van het CVOM tegen deze boete.

2.8 Consument heeft Aangeslotene verzocht om een zogenoemde artikel 34 WAM-verklaring af te geven waaruit zou moeten blijken dat hij zijn bromfiets op peildatum 29 juni 2016 verzekerd had. Aangeslotene heeft dit verzoek geweigerd.

2.9 Bij brief van 22 augustus 2016 heeft Consument bij Aangeslotene een klacht ingediend, waarop Aangeslotene bij e-mail van 23 augustus 2016 heeft gereageerd.
2.10 Vervolgens heeft Consument op 2 september 2016 bij het Kifid zijn klacht ingediend.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dat Aangeslotene in ieder geval voor de helft bijdraagt aan de aan hem opgelegde boete van € 339,-.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de grondslag dat Aangeslotene niet aan haar verplichtingen heeft voldaan door Consument niet (tijdig) te wijzen op de premie-achterstand en het opschorten van de dekking van de bromfietsverzekering. Consument voert de volgende argumenten aan:
• Sinds 2014 heeft Consument al een bromfietsverzekering bij Aangeslotene en heeft verder altijd tijdig zijn premies betaald.
• Van de betalingsachterstand in april 2016 was Consument niet op de hoogte. De verstuurde brieven heeft hij niet ontvangen, omdat hij was verhuisd.
• Consument stelt dat hij tijdig zijn adreswijziging heeft doorgegeven aan diverse instantie en ook aan Aangeslotene.
• Op het moment dat hij de premie-achterstand heeft ontdekt, heeft hij deze alsnog direct voldaan.
• De e-mailberichten die Aangeslotene heeft verstuurd, bleken in de spam-box terecht te zijn gekomen wat Consument pas later heeft ontdekt.
• Consument acht het derhalve redelijk dat Aangeslotene in ieder geval de helft van de aan hem opgelegde boete voor haar rekening neemt.

Verweer van Aangeslotene
3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Consument heeft per 30 april 2014 een bromfietsverzekering via het internet afgesloten. Consument had daarbij geen telefoonnummer opgegeven.
• De prolongatienota voor 2016 heeft Consument niet voldaan en er zijn twee betalingsherinneringen verzonden aan het adres van Consument. Vervolgens is er nog een e-mailbericht d.d. 18 mei 2016 aan Consument verzonden alsmede het opschortingsaanhangsel bij e-mailbericht van 24 mei 2016.
• Dat Consument deze e-mailberichten later heeft teruggevonden in zijn spam-box, onderschrijft dat deze e-mailberichten zijn verzonden. Aangeslotene geeft aan dat zij niet verantwoordelijk is voor de instellingen die Consument voor zijn mailbox hanteert.
• Consument heeft pas op 4 juli 2016 zijn adreswijziging doorgegeven. Alle brieven van voor die tijd zijn dus logischerwijs naar het oude adres gestuurd. Dit is in een telefoongesprek van 4 juli 2016 door een medewerker van Aangeslotene ook met Consument besproken.
• Consument is zelf verantwoordelijk om tijdig een adreswijziging door te geven.
• Aangeslotene heeft alles ondernomen om de consequenties van het niet betalen van de premie aan Consument duidelijk te maken.
• Aangeslotene is dan ook van mening dat zij voldeen heeft aan wat in redelijkheid van een assurantiebemiddelaar kan worden verwacht.
• Aangezien de dekking op 29 juni 2016 was opgeschort, kan Aangeslotene geen artikel 34 WAM-verklaring afgeven.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie is van oordeel dat Aangeslotene in haar aanmaning van 10 mei 2016 een onjuiste termijn heeft gehanteerd. Ondanks dat deze brief Consument nooit heeft bereikt, omdat Consument niet tijdig zijn adreswijziging heeft doorgegeven, was Aangeslotene gehouden de juiste termijn zoals genoemd in artikel 7:934 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te hanteren.

4.2 Uit artikel 7:934 BW volgt immers dat bij het niet nakomen van de verplichting tot betaling van de vervolgpremie pas eerst tot schorsing van de verzekeringsovereenkomst of de dekking kan worden overgegaan als de schuldenaar (Consument) na de vervaldag onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van 14 dagen, aanvangende de dag na aanmaning. Op grond van artikel 7:943 lid 3 BW kan niet ten nadele van de verzekeringnemer van artikel 7:934 BW worden afgeweken.

4.3 In de brief van 10 mei 2016 heeft Aangeslotene Consument aangemaand voor 22 mei 2016 het verschuldigde bedrag over te maken en medegedeeld dat de dekking van de Verzekering wordt opgeschort indien zij het verschuldigde bedrag niet voor 22 mei 2016 heeft ontvangen. Met inachtneming van het uitganspunt dat de termijn begint te lopen op de dag nadat de aanmaning is verstuurd, heeft Aangeslotene derhalve een termijn van 11 dagen gehanteerd, terwijl zij wettelijk verplicht was tot het hanteren van een termijn van 14 dagen.

4.4 Consument is dus niet op de juiste wijze aangemaand tot het nakomen van zijn verplichting tot het betalen van de vervolgpremie. De opschorting – althans de Commissie gaat ervan uit dat bedoeld is het schorsen – van de dekking heeft derhalve niet rechtsgeldig plaatsgevonden. Daarnaast heeft Consument op 4 juli 2016 alsnog de gehele premie voldaan. Derhalve moet er vanuit worden gegaan dat de verzekering of de dekking nooit geschorst is geweest en de bromfiets ook over de periode van 22 mei 2016 tot 5 juli 2016 verzekerd was.

4.5 Aangeslotene is, gelet op het voorgaande, gehouden de door Consument geleden schade als gevolg van de onterechte schorsing te vergoeden. Dit kan zij doen door de aan Consument opgelegde boete van € 339,- voor haar rekening te nemen of een artikel 34 WAM-verklaring voor de peildatum 29 juni 2016 af te geven indien dit voor Consument nog een reële mogelijkheid biedt de reeds betaalde boete terug te krijgen.


5. Beslissing

De Commissie beslist dat Verzekeraar binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, aan Consument vergoedt een bedrag van € 339,- of alsnog een artikel 34 WAM-verklaring voor de peildatum 29 juni 2016 afgeeft indien dit voor Consument nog een reële mogelijkheid biedt de reeds betaalde boete terug te krijgen.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact