Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2017-706 (Bindend)

Tussenuitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2017-706
(mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. A.M.T. Wigger en mr. drs. S.F. van Merwijk, leden en mr. Z. Bonoo, secretaris)

Klacht ontvangen op : 1 maart 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Oosterhout,
verder te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 25 oktober 2017
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Consument heeft bij Verzekeraar een arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsverzekering gesloten. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of sprake is van toepasselijkheid van de in de voorwaarden opgenomen dekkingsuitsluiting, kort gezegd inhoudende dat verzekerde geen recht heeft op dekking indien binnen zes maanden na de ingangsdatum van de eerste verzekeringsovereenkomst een gebeurtenis plaatsvindt waardoor de verzekerde wordt ontslagen. De Commissie is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de mededeling van de werkgever eind augustus 2015 van een aanstaande bedrijfsovername als een concrete en feitelijke gebeurtenis moet worden beschouwd die tot geen ander gevolg kon leiden dan dat Consument zou worden ontslagen. Verzekeraar heeft onvoldoende feitelijke gegevens verschaft ter onderbouwing van het beroep op de uitsluitingsgrond. De Commissie oordeelt dat partijen over de hoogte van de uitkering onvoldoende hebben aangevoerd om hierover tot een oordeel te kunnen komen. Consument zal in de gelegenheid worden gesteld de hoogte van de schade, met inachtneming van hetgeen hierover in artikel 33 en 34 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden is bepaald, toe te lichten. Verzekeraar zal daarna in de gelegenheid worden gesteld hierop te reageren.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met daarbij behorende bijlagen:

• het door Consument ingediende klachtformulier;
• het verweerschrift van Verzekeraar;
• de repliek van Consument;
• de dupliek van Verzekeraar.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor een bindend advies.

De Commissie is van oordeel dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

Bij de beoordeling van de klacht gaat de Commissie uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft op 28 juli 2015 bij Verzekeraar een aanvraag voor een zogeheten Hypotheek Opvang Polis met onder meer dekking voor werkloosheid (hierna: de Verzekering) ingediend. De ingangsdatum van de Verzekering is 1 augustus 2015. Het verzekerd maandbedrag is € 300,-, zowel voor arbeidsongeschiktheid als voor werkloosheid.
2.2 Op de Verzekering zijn onder meer de Algemene Verzekeringsvoorwaarden HOP 0715 (hierna: de Voorwaarden) van toepassing.
2.3 In de Voorwaarden staat, voor zover relevant, het volgende vermeld:
‘‘(…)
Algemene bepalingen
Artikel 1 Wat betekenen bepaalde begrippen?
(….)

h. Polis
Dit is de verzekeringsovereenkomst tussen u en ons. Wij noemen de polis of verzekeringsovereenkomst soms ook het ‘contract’ of de ‘verzekering’. (…)
(…)

Bijzondere bepalingen voor de dekking werkloosheid
Hebt u dekking voor werkloosheid? Dan gelden naast de algemene bepalingen, ook specifieke bepalingen. Welke dat zijn, leest u hierna.

Artikel 30 Wat valt onder de dekking van de verzekering
a. U bent gedekt voor werkloosheid van de verzekerde. Dit bent u zolang uw contract loopt. De eerste dag van werkloosheid is de dag waarover de verzekerde een werkloosheidsuitkering krijgt. De verzekerde krijgt deze uitkering volgens de Werkloosheidswet. Verlengen we na deze dag uw contract met andere algemene verzekeringsvoorwaarden? Dan gelden de algemene verzekeringsvoorwaarden die horen bij het contract waarin de eerste dag van werkloosheid valt.
b. De verzekerde is werkloos als zijn werkgever de arbeidsovereenkomst stopt. De werkgever neemt hiervoor het initiatief. Dit is de verzekerde niet te verwijten. Hij mag dus bijvoorbeeld niet zelf ontslag nemen.
c. De verzekerde is voor minimaal 5 uur per week werkloos.
d. De verzekerde heeft minimaal 16 uur per week betaald gewerkt.
Dat deed hij bij dezelfde werkgever. Dat deed hij in de 3 maanden direct voordat zijn arbeidsovereenkomst werd stopgezet.
Met verlof?
Is de verzekerde met onbetaald verlof op het moment dat hij werkloos wordt? Dan moet hij nog wel bij zijn werkgever in dienst zijn. Dat is hij voor minimaal 16 uur per week.
(…)

Artikel 32 Wanneer krijg ik uitgekeerd?
a. Is de verzekerde werkloos volgens artikel 30? En hebt u een lopend contract? Dan hebt u recht op een uitkering als de verzekerde voldoet aan de regels die u leest in artikel 31. U krijgt de uitkering na afloop van de eigen risicoperiode. Op het polisblad leest u wat de eigen risicoperiode is.
b. Is de verzekerde gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan bent u voor hem alleen voor werkloosheid gedekt als hij ontslagen wordt door een faillissement of reorganisatie.
Ook kreeg u voor hem op dat moment niet al een uitkering voor arbeidsongeschiktheid van ons.

Artikel 33 Hoe hoog is mijn uitkering?
Hebt u recht op een uitkering volgens artikel 32? Dan bepalen we de hoogte van uw uitkering als volgt:
a. De verzekerde is volledig werkloos: dan krijgt u het verzekerd maandbedrag helemaal uitgekeerd.
b. De verzekerde is gedeeltelijk werkloos: dan krijgt u een deel van het verzekerd maandbedrag uitgekeerd. Hoe rekenen we uit welk bedrag u dan precies krijgt? We vermenigvuldigen het verzekerd maandbedrag dat op het polisblad staat, met het aantal uren dat de verzekerde werkloos is. Deze uitkomst delen we door het aantal uren dat hij volgens zijn contract werkte. Dat deed hij op het moment dat de arbeidsovereenkomst stopte.
c. Verlaagt het UWV de werkloosheidsuitkering van de verzekerde volgens de Werkloosheidswet? En is het een andere reden dan u lees in lid b van dit artikel? Dan krijgt u een evenredig lagere uitkering uit deze verzekering.

(…)

Artikel 35 Wat valt er niet onder de dekking van de verzekering?
In de volgende gevallen bent u niet gedekt. Dit geldt ondanks dat wat u leest in artikel 30 tot en met 34. U bent niet gedekt als:

(…)

c. er binnen 6 maanden na de ingangsdatum van uw eerste contract iets gebeurt waardoor de verzekerde wordt ontslagen;
(…)’’
2.4 Eind augustus 2015 heeft de werkgever van Consument haar op de hoogte gesteld van een aanstaande bedrijfsovername. Tevens is aan Consument medegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst als gevolg van de overname zou worden beëindigd.
2.5 Het ontslag is in verband met de zwangerschap van Consument uitgesteld. Op
29 februari 2016 hebben Consument en Verzekeraar een vaststellingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan de arbeidsovereenkomst van Consument met wederzijds goedvinden op 1 mei 2016 is beëindigd.
2.6 Consument heeft bij Verzekeraar een verzoek tot uitkering ingediend.
2.7 Verzekeraar heeft Consument geïnformeerd over het door de afdeling Veiligheidszaken ingestelde onderzoek naar de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst.
2.8 Bij brief van 4 juni 2016 heeft de coördinator fraudebeheersing van Verzekeraar Consument het volgende bericht:
‘‘(…)

(…)’’
2.9 Bij brief van 16 juni 2016 heeft de werkgever van Consument het volgende verklaard:

2.10 Met ingang van 28 juni 2016 is Consument 12 uur per week werkzaam bij [werkgever 2].
2.11 Bij brief van 4 juli 2016 heeft Verzekeraar Consument het volgende medegedeeld:
‘‘(…)

(…)’’
2.12 Op 4 augustus 2016 heeft de gemachtigde van Consument bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de claim.
2.13 Bij brief van 8 november 2016 heeft Verzekeraar het verzoek tot uitkering van Consument afgewezen.
2.14 Op 30 december 2016 heeft de gemachtigde van Consument een klacht ingediend.
2.15 Bij e-mail van 25 januari 2017 heeft Verzekeraar de gemachtigde van Consument het volgende laten weten:
‘‘(…)

(…)’’

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dat Verzekeraar overgaat tot vergoeding van de maandelijkse uitkeringen ad € 300,- over de periode van 2 mei 2016 tot 15 juni 2045, uitgaande van een 40-urige werkweek en rekening houdend met de gedeeltelijke werkhervatting van 12 uur per week ingaande per 28 juni 2016. Een en ander te vermeerderen met wettelijke rente. Tevens vordert Consument dat Verzekeraar wordt veroordeeld tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ad € 2.413,-.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen:
• Het is Consument niet duidelijk wat bedoeld wordt met de zinsnede ‘uw eerste contract’, zoals genoemd in artikel 35 sub c van de Voorwaarden. Indien Verzekeraar de ingangsdatum van de Verzekering heeft bedoeld, geldt het volgende. Het ontslag van Consument heeft plaatsgevonden op 1 mei 2016. Dat is 9 maanden na ingang van de verzekeringsovereenkomst. De stelling van Verzekeraar dat er een gebeurtenis heeft plaatsgevonden waardoor ná zes maanden een ontslag is gevolgd, wordt door Consument betwist. Artikel 6:233 sub a van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een beding in de algemene voorwaarden vernietigbaar is indien het onredelijk bezwarend is. In artikel
6:237 sub b BW wordt een beding in de algemene voorwaarden onder andere als onredelijk bezwarend aangemerkt indien de inhoud ervan de verplichtingen van de verzekeraar wezenlijk beperkt. In het onderhavige geval is daarvan sprake, nu ook bij ontslag ná verloop van zes maanden geen uitkering hoeft te worden verstrekt. Dit is niet de strekking van artikel 35 sub c van de Voorwaarden. Consument beroept zich dan ook op de vernietigbaarheid van het beding ex artikel 6:233 BW.
• Indien Verzekeraar de ingangsdatum van het arbeidscontract heeft bedoeld, geldt dat het arbeidscontract van Consument op 1 april 2007 is ingegaan. In de eerste zes maanden van het arbeidscontract heeft geen gebeurtenis plaatsgevonden waardoor Consument is ontslagen. Verzekeraar komt daarom geen beroep op artikel 35 sub c van de Voorwaarden toe.
• De strekking van artikel 35 sub c van de Voorwaarden is dat Consument recht heeft op een uitkering indien zij niet binnen zes maanden na het afsluiten van de verzekering wordt ontslagen. Dit is enkel anders indien er zich binnen de genoemde termijn van zes maanden een concrete en feitelijke gebeurtenis voordoet, die dan leidt tot een ontslag, al dan niet binnen deze zes maanden. Door de uitleg van Verzekeraar wordt Consument behandeld alsof ze binnen zes maanden na de ingangsdatum van de verzekering daadwerkelijk ontslagen is. Dat is niet het geval. Consument is pas per 1 mei 2016 ontslagen. Dat is ná de genoemde termijn van zes maanden.
• Artikel 6:238 lid 2 BW bepaalt dat bedingen duidelijk en begrijpelijk moeten zijn opgesteld. Het begrip ‘gebeurtenis’ wordt in het geheel niet geconcretiseerd. Bij twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor Consument gunstige uitleg. Een gebeurtenis impliceert volgens de uitleg van Consument een concrete en aanwijsbare gebeurtenis, die ontslag tot gevolg heeft. De uitleg van Consument dient derhalve te prevaleren.
• Er heeft zich geen feitelijke gebeurtenis voorgedaan in de genoemde periode van zes maanden. In de onderhandelingsfase, waarvan Consument niet op de hoogte was, is besloten het arbeidscontract te beëindigen. Deze gebeurtenis heeft geleid tot het ontslag van Consument. Het gesprek in augustus 2015 is in het geheel niet dé gebeurtenis die heeft geleid tot het ontslag. Dit was immers slechts een gesprek met een mededeling over een eerder genomen besluit. Verzekeraar heeft derhalve geen bewijs geleverd van zijn stelling dat er zich binnen de termijn van zes maanden een gebeurtenis heeft voorgedaan waardoor Consument is ontslagen.

Verweer van Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Verzekeraar heeft met het begrip ‘gebeurtenis’ niet alleen het ontslag zelf bedoeld maar ook bijvoorbeeld de ontslagaanzegging. Nu de ontslagaanzegging in augustus 2015 heeft plaatsgevonden, valt de claim van Consument niet onder dekking van de Verzekering.
• Een redelijke uitleg van artikel 35 sub c van de Voorwaarden brengt mee dat er sprake moet zijn van een feitelijke en concrete gebeurtenis als gevolg waarvan een verzekerde wordt ontslagen. Er dient derhalve een causaal verband te bestaan tussen de feitelijke en concrete gebeurtenis en het uiteindelijke ontslag. Deze gebeurteniskan bijvoorbeeld zijn een (concrete) ontslagaanzegging of het tekenen van een vaststellingsovereenkomst. Een algemeen bericht binnen een bedrijf dat er ontslagen zullen gaan vallen is geen concrete gebeurtenis. Anders dan Consument stelt, volgt uit artikel 35 sub c van de Voorwaarden ook niet dat het ontslag zelf binnen zes maanden dient plaats te vinden. In artikel 35 sub c van de Voorwaarden wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen een gebeurtenis en het ontslag.
• Uit de werkgeversverklaring volgt dat Consument in augustus 2015 op de hoogte is gebracht van een bedrijfsovername en dat het van meet af aan duidelijk was dat Consument als gevolg van de overname zou worden ontslagen. Tevens heeft Consument dit in het fraude-onderzoek bevestigd. Verzekeraar kan dan ook niet anders concluderen dan dat de concrete en feitelijke ontslagaanzegging in augustus 2015 heeft plaatsgevonden. Het was Consument namelijk in augustus 2015 al duidelijk dat zij zou worden ontslagen. De uitvoering van het ontslag is echter vanwege de zwangerschap van Consument tijdelijk uitgesteld tot na haar zwangerschapsperiode. Dit doet echter niet af aan het feit dat zich binnen zes maanden na de ingangsdatum van de verzekering een feitelijke en concrete gebeurtenis heeft voorgedaan als gevolg waarvan Consument is ontslagen.
• Het beroep van Consument op de contra proferentem regel gaat niet op. Hiertoe verwijst Verzekeraar naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 maart 2011.
• Consument erkent dat de ontslagaanzegging in augustus 2015 heeft plaatsgevonden. Dit is een concrete gebeurtenis waardoor Consument is ontslagen. Het feit dat het werkelijke ontslagbesluit voor de ingangsdatum van de Verzekering heeft plaatsgevonden, doet daaraan niet af.
• Het onderhavige geval illustreert de ratio achter een inloopperiode van zes maanden. Alleen onzekere voorvallen kunnen worden verzekerd. Bij een werkloosheidsverzekering is de werkloosheid het onzekere voorval. Verzekeraar gebruikt vragenlijsten om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de arbeidsrelatie ten tijde van het aangaan van de verzekering. Een vragenlijst geeft echter vaak niet een sluitend beeld omtrent de bestendigheid van de arbeidsrelatie. Verzekeraar hanteert om die reden een eenmalige inloopperiode van zes maanden, gedurende welke periode er niets mag gebeuren waardoor verzekerde wordt ontslagen. In dit geval was het ontslagbesluit nog niet bekend ten tijde van het aanvragen van de Verzekering, hetgeen dan ook niet gemeld had hoeven worden door Consument. De ontslagaanzegging heeft echter binnen een maand na de ingangsdatum van de Verzekering plaatsgevonden. Verzekeraar kan op basis van de ratio achter artikel 35c van de Voorwaarden en een redelijke uitleg van dit artikel niet anders concluderen dan dat sprake is van een gebeurtenis als gevolg waarvan Consument is ontslagen.

4. Beoordeling

4.1 De vorderingen van Consument moeten beoordeeld worden op grond van de tussen partijen gesloten arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsverzekering en de op die verzekeringsovereenkomst toepasselijke verzekeringsvoorwaarden. Naar het oordeel van de Commissie is voor de dekkingsvraag relevant of binnen zes maanden na ingangsdatum van de eerste verzekeringsovereenkomst een gebeurtenis heeft plaatsgevonden als gevolg waarvan Consument is ontslagen.
4.2 Voorop staat dat voor de uitleg van de toepasselijke voorwaarden, waaronder de verzekeringsvoorwaarden, bepalend is de uitleg die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, het zogenoemde Haviltex-criterium (Zie HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635). Een zuiver taalkundige uitleg is voor de uitleg van de voorwaarden niet doorslaggevend. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van het geval. Een bijzondere omstandigheid is dat partijen niet hebben onderhandeld over de verzekeringsvoorwaarden. Dit betekent dat de voorwaarden in beginsel objectief moeten worden uitgelegd. Zie onder andere Hof Leeuwarden,
3 augustus 2010 ECLI: NL:GHLEE: 2010:BN3280 r.o. 13.
4.3 De Commissie is van oordeel dat de hiervoor in 2.3 geciteerde verzekeringsvoorwaarde duidelijk is en niet redelijkerwijs voor meer dan één uitleg vatbaar. Uit artikel 35 sub c van de Voorwaarden volgt dat geen recht op dekking bestaat indien binnen zes maanden na de ingangsdatum van de eerste verzekeringsovereenkomst een gebeurtenis plaatsvindt waardoor de verzekerde wordt ontslagen. Dit brengt mee dat voor een succesvol beroep op deze uitsluitingsclausule vast moet komen te staan dat zich binnen zes maanden na de ingangsdatum van de Verzekering een concrete gebeurtenis moet hebben voorgedaan die in causaal verband staat met een op een later moment gevolgd ontslag.
4.4 Verzekeraar heeft een beroep gedaan op de in overweging 2.3 omschreven dekkingsuitsluiting en in dit kader gesteld dat zich binnen 6 maanden na de ingangsdatum van de verzekering een feitelijke en concrete gebeurtenis heeft voorgedaan als gevolg waarvan Consument is ontslagen. De Commissie stelt voorop dat het ingevolge de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan Verzekeraar die zich op een uitsluitingsclausule beroept, is om ter onderbouwing hiervan voldoende feiten en omstandigheden aan te voeren en, bij voldoende gemotiveerde betwisting, te bewijzen. De enkele stelling van Verzekeraar dat Consument in augustus 2015 door haar werkgever op de hoogte is gebracht van een bedrijfsovername en dat aan Consument is medegedeeld dat haar arbeidscontract zou worden beëindigd is hiertoe niet voldoende. Anders dan Verzekeraar lijkt te veronderstellen, hoeft het enkele feit van een bedrijfsovername dan wel een ontslagaanzegging, mede gelet op de arbeidsrechtelijke bepalingen ten behoeve van de bescherming van werknemers, op zichzelf gezien immers geen (directe) aanleiding tot ontslag te zijn. Voor de Commissie is onvoldoende komen vast te staan dat de mededeling van de werkgever eind augustus 2015 van een aanstaande bedrijfsovername als een concrete en feitelijke gebeurtenis moet worden beschouwd die tot geen ander gevolg kon leiden dan dat Consument zou worden ontslagen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Verzekeraar onvoldoende feitelijke gegevens heeft verschaft ter onderbouwing van het beroep op de uitsluitingsgrond.
4.5 Ten aanzien van de stelling van Consument dat de uitsluiting, zoals neergelegd in artikel
35 sub c van de verzekeringsvoorwaarden, onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 sub a BW, overweegt de Commissie ten overvloede nog het volgende. In zijn arrest van 9 juni 2006, NJ 2006,326 heeft de Hoge Raad overwogen dat het een verzekeraar in beginsel vrij staat in een dekkingsomschrijving de grenzen aan te geven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen. Artikel 35c is een dekkingsomschrijvende bepaling en aldus een kernbeding. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan een beroep op een dekkingsomschrijvende bepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Naar het oordeel van de Commissie zijn dergelijke bijzondere omstandigheden in dezen niet gebleken.
4.6 De uitsluitingsclausule is dus geldig, maar Verzekeraar komt geen beroep daarop toe. De schade van Consument is dan ook gedekt onder de Verzekering.
4.7 De Commissie stelt vervolgens vast dat partijen over de hoogte van de uitkering onvoldoende hebben aangevoerd om hierover tot een oordeel te kunnen komen. Consument heeft tot dusver geen financiële onderbouwing gegeven voor de door haar gestelde schade. Derhalve zal Consument in de gelegenheid worden gesteld de hoogte van de schade, met inachtneming van hetgeen hierover in artikel 33 en 34 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden is bepaald, toe te lichten. De Commissie verzoekt Consument daarbij alle overige relevante stukken waarop zij zich beroept over te leggen. Verzekeraar zal daarna in de gelegenheid worden gesteld hierop te reageren.

5. Beslissing

De Commissie beslist dat Consument zich binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, uitlaat over de omvang van de door haar geleden schade als overwogen in rechtsoverweging 4.7.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact