Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-560 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-560
(
mr. dr. S.O.H. Bakkerus, voorzitter en mr. W.H. Luk, secretaris)

 

Klacht ontvangen op        : 17 juli 2017

Ingediend door               : Consument

Tegen                            : Nedasco B.V., gevestigd te Amersfoort, verder te noemen Gevolmachtigde

Datum uitspraak             : 3 september 2018

Aard uitspraak                : Bindend advies

 

Samenvatting

 

Consument heeft voor zijn personenauto bij Gevolmachtigde een autoverzekering afgesloten. De auto is niet Allrisk verzekerd. Consument is als bestuurder van zijn auto betrokken geraakt bij een aanrijding met een ander voertuig. De tegenpartij heeft Consument aansprakelijk gesteld voor het ontstaan van de aanrijding en de gevolgen ervan. Consument stelt dat hij stil stond en dat hij door de tegenpartij is geraakt. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft Consument een getuigen-verklaring overgelegd. De Gevolmachtigde heeft aansprakelijkheid erkend en de tegenpartij schadeloos gesteld. Consument acht de Gevolmachtigde aansprakelijk voor het feit dat zijn schade niet is verhaald. Daarnaast vordert Consument dat de terugval op de B/M-ladder ongedaan wordt gemaakt. De Commissie is van oordeel dat Consument voor wat betreft zijn eigen schade geen rechten aan de dekking van zijn autoverzekering kan ontlenen. Het voertuig is niet Allrisk verzekerd. Ten aanzien van de terugval van de no-claim korting, overweegt de Commissie dat de Gevolmachtigde ten onrechte de juistheid van de getuigenverklaring in twijfel heeft getrokken. De vordering wordt toegewezen, in die zin dat de terugval op de B/M-ladder ongedaan dient te worden gemaakt.

  • Procesverloop

 

 

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met de daarbij behorende bijlagen:

 

  • het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier;
  • het verweerschrift van Gevolmachtigde;
  • de repliek van Consument;
  • de dupliek van Gevolmachtigde;
  • het e-mailbericht van Consument van 14 februari 2018;
  • het e-mailbericht van Gevolmachtigde van 9 april 2018.

 

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.

 

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

 

  • Feiten

 

 

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

 

    1. Consument heeft ten behoeve van zijn personenauto bij Gevolmachtigde een autoverzekering afgesloten. De risicodragende partij is ASR Schadeverzekering N.V. Het voertuig van Consument is niet Allrisk verzekerd.

 

    1. Consument is als bestuurder van zijn voertuig op 6 februari 2017 bij een aanrijding met een andere personenauto, verder te noemen de Tegenpartij, betrokken geraakt. Op het aanrijdingsformulier heeft Consument onder meer de volgende situatieschets opgenomen, waarbij Consument ‘B’ en de Tegenpartij ‘A’ worden genoemd:

 

 

Op de achterzijde van het formulier heeft Consument verklaard dat hij stil stond, terwijl de Tegenpartij met een snelheid van ca. 30 – 40 km per uur reed. De vraag op het formulier welke partij aansprakelijk is, heeft Consument als volgt beantwoord:

 

“Tegenpartij. Ik stond stil om verkeer van rechts voorrang te verlenen. Tekening is gemaakt door tegenpartij en is onjuist”.

 

Op het aanrijdingsformulier van de Tegenpartij is de volgende situatieschets opgenomen:

 

 

Consument heeft aanvullend nog de volgende situatieschets verstrekt:

 

    1. De Tegenpartij heeft Gevolmachtigde per e-mailbericht van 7 februari 2017 voor het ontstaan van de aanrijding en de gevolgen ervan aansprakelijk gesteld. De Tegenpartij heeft daarbij de volgende toelichting gegeven:

 

“(…) Vanuit (…) kwam uw verzekerde, deze reed de kruising op en wilde linksaf slaan.

Waarschijnlijk heeft uw verzekerde mij niet zien aankomen omdat voor mij een auto reed die rechtsaf (…) inreed.

Het was voor mij geen mogelijkheid, na hard remmen, om op tijd stil te staan.

Zo kon het gebeuren dat ik met de linker voorkant van mijn auto tegen het achterscherm van uw verzekerde ben aangereden.

(…)

Ik heb altijd begrepen dat je een kruising pas mag oprijden als je deze ook kunt vrij maken, dat heeft uw verzekerde niet gedaan. Tevens bevond ik mij op een voorrangsweg.

Bij deze wil ik u aansprakelijk stellen voor de schade aan mijn auto”.

 

    1. Consument heeft als reactie op de aansprakelijkstelling per e-mailbericht van 9 februari 2017 als volgt gereageerd:

“Meneer heeft de volledige doorgang gehad. Echter is deze om zijn voorganger heen gereden en heeft zo dus een ongeluk veroorzaakt. (…) Volgens de getuigen had dit voorkomen kunnen worden, zoals “beide” getuigen aangeven in hun verklaring. Beide getuigen spreken dan ook van opzettelijk. (…)”

 

Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft Consument filmmateriaal verstrekt, waarop te zien is hoe een ander voertuig de kruising oprijdt en vervolgens op de middenberm stil staat om het verkeer van rechts voor te laten gaan. Consument beoogde hiermee de rijbeweging van zijn voertuig ten tijde van de aanrijding te verduidelijken.

 

    1. De Tegenpartij heeft Gevolmachtigde op 15 februari 2017 het volgende meegedeeld:

 

“Bijgevoegd een afbeelding als “stille getuige”. U ziet op de afbeelding de stukjes kunststof van mijn auto op de straat liggen waar de aanrijding heeft plaats gevonden. Het kan niet zo zijn dat ik de aanrijding heb veroorzaakt door uw verzekerde aan te rijden terwijl deze tussen de twee rijbanen in stond. Het is wel zo dat ik naar links ben uitgeweken op mijn eigen rijbaan omdat de auto voor mij naar rechts afsloeg. Ik ben zodanig naar links uitgeweken om mijn weg te vervolgen op mijn eigen rijbaan en niet om uw verzekerde die deels tussen de rijbanen in stond aan te rijden. Het is ook niet zo dat uw verzekerde stil stond tussen de rijbanen, hij kwam aanrijden van rechts en heeft mij waarschijnlijk niet gezien omdat de auto voor mij zijn zicht belemmerde. Ik heb de auto van uw verzekerde aan de achter zijkant aangereden. Uw verzekerde had de voorrangsweg nooit mogen oprijden wanneer het zicht zo belemmerd is. Nogmaals blijf ik volharden dat uw verzekerde schuldig is aan deze aanrijding en dat ik u als verzekeringsmaatschappij aansprakelijk stel voor de kosten van de reparatie van mijn auto.”

 

    1. Consument heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een getuigenverklaring overgelegd. Deze getuige heeft onder meer verklaard dat hij zich in de personenauto achter de Tegenpartij bevond en dat hij de betrokken partijen niet kent. Voor wat betreft de toedracht van het ongeval heeft de getuige onder meer het volgende verklaard, waarbij Consument (1) en de Tegenpartij (2) is:

 

 

    1. Gevolmachtigde heeft bij brief van 15 maart 2017 aan de assurantietussenpersoon van Consument kenbaar gemaakt dat hij geen mogelijkheden ziet de aansprakelijkheid af te houden. Consument heeft volgens Gevolmachtigde niet aan zijn voorrangsverplichting voldaan. Daarnaast is een langdurige stilstand aan de zijde van Consument niet aangetoond. Gevolmachtigde heeft op grond van de aanwezige stukken de Tegenpartij schadeloos gesteld door middel van een vergoeding van € 1.858,32. Gevolmachtigde heeft Consument in de brief de toezegging gedaan de bonus-/malusinschaling te zullen herstellen, als Consument zijn schade op de verzekeraar van de Tegenpartij zou kunnen verhalen.

 

  • Vordering, klacht en verweer

 

 

Vordering Consument

    1. Consument heeft op het klachtformulier vermeld dat hij Gevolmachtigde aansprakelijk acht voor het feit dat de schade aan zijn auto ad € 1.592,56, bestaande uit de schade aan zijn auto (€ 1.467,56) en de kosten voor het taxatierapport (€ 125,00), niet op de verzekeraar van de Tegenpartij is verhaald. Tijdens de klachtprocedure heeft Consument via zijn schoonvader aan Kifid kenbaar gemaakt dat de klacht ook ziet op de terugval op de bonus-/malusladder. Consument vordert dat Gevolmachtigde deze ongedaan maakt.

 

Grondslagen en argumenten daarvoor

    1. Consument heeft ter onderbouwing van zijn vordering, kort en zakelijk weergegeven, de volgende argumenten aangevoerd:
  • Gevolmachtigde heeft de schade aan zijn voertuig ten onrechte niet op de Tegenpartij verhaald. De Tegenpartij heeft Consument namelijk bewust aangereden. Hij reed dicht achter zijn voorganger en week vervolgens naar links uit om de auto voor hem in te halen. Daarbij raakte de Tegenpartij het stilstaande voertuig van Consument.
  • Consument stond langdurig stil en beschikt ter onderbouwing van zijn standpunt over een getuigenverklaring.
  • Gevolmachtigde heeft de getuigenverklaring ten onrechte niet serieus genomen. Dat Gevolmachtigde de getuige “waarnemingsonbekwaam” acht doordat hij dicht achter de Tegenpartij reed, is een slecht onderbouwde conclusie.

 

 

Verweer van Gevolmachtigde

    1. Gevolmachtigde heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
  • Op basis van de verklaringen van partijen kan niet worden vastgesteld dat de Tegenpartij opzettelijk een aanrijding heeft veroorzaakt. Verder stond Consument volgens de getuige ten tijde van het ongeval niet stil maar was hij net de weg opgereden. Van langdurige stilstand is dan ook geen sprake.
  • De getuige bevond zich ten tijde van het ongeval achter de SUV van de Tegenpartij. Zijn zicht op de situatie moet zijn belemmerd.
  • Beoordeling

 

 

Verhalen van de schade

    1. Consument stelt zich op het standpunt dat Gevolmachtigde ten onrechte de schade aan zijn voertuig niet op de Tegenpartij heeft verhaald. Deze stelling is onjuist. Het voertuig van Consument is niet Allrisk verzekerd. Consument kan uit hoofde van de gesloten auto-verzekering geen aanspraak maken op een vergoeding van de schade aan zijn auto. Gevolmachtigde heeft op basis van de gekozen dekking ook geen verplichting de schade van Consument op de Tegenpartij te verhalen. De Commissie is van oordeel dat Gevolmachtigde op dit punt jegens Consument niet verwijtbaar heeft gehandeld.

 

Terugval op de bonus-/malusladder

    1. De Commissie begrijpt de klacht van Consument aldus dat die ook ziet op de terugval van de no-claimkorting als gevolg van de aanrijding. Gevolmachtigde stelt dat de aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval en de gevolgen ervan niet meer kon worden afgehouden, omdat Consument niet aan de voorrangsverplichting zou hebben voldaan. Verder is volgens Gevolmachtigde niet komen vast te staan dat de Tegenpartij het voertuig van Consument bewust heeft geraakt. Consument heeft de stelling van de Gevolmachtigde betwist en stelt zich op het standpunt dat juist de Tegenpartij aansprakelijk is voor de aanrijding.

 

    1. Voor de beoordeling van dit klachtonderdeel overweegt de Commissie dat de Gevolmachtigde op basis van de WAM-dekking van de autoverzekering namens Consument optreedt. Voorop staat dat de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door hem gestelde feiten – bij voldoende betwisting door de tegenpartij – zijn stelling moet bewijzen. Omdat de Tegenpartij heeft gesteld dat Consument aansprakelijk is voor de aanrijding, en Consument dat gemotiveerd heeft betwist, rust de bewijslast in beginsel op de Tegenpartij.Wat de aanrijding betreft staan de verklaringen van Consument en de Tegenpartij lijnrecht tegenover elkaar. Consument heeft evenwel ter onderbouwing van zijn lezing een verklaring van een onafhankelijke getuige overgelegd. Deze getuige heeft verklaard dat de Tegenpartij eerst heeft gewacht en vervolgens “bewust” het voertuig van Consument heeft geraakt. De Commissie is van oordeel dat Gevolmachtigde bij de beoordeling van de aansprakelijkheid er niet zonder meer vanuit kon gaan dat het zicht van de getuige door het voertuig van de Tegenpartij moest zijn belemmerd. Ook het feit dat de getuige in de verklaring geen melding van de naar rechts afslaande partij heeft gemaakt, kan er niet toe leiden dat de juistheid van de verklaring op grond daarvan in twijfel dient te worden getrokken. Gevolmachtigde had zich naar het oordeel van de Commissie dienen te weerhouden bij de afwikkeling van de schade-claim de positie van Consument op de bonus-/ malusladder te verlagen.

 

      1. Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat Gevolmachtigde gehouden is de terugval op de bonus-/malusladder ongedaan te maken. De Commissie wijst de vordering van Consument op dit punt toe. Het overige wordt afgewezen.
  • Beslissing

 

 

De Commissie beslist dat Gevolmachtigde binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, de terugval van Consument op de bonus-/ malusladder ongedaan maakt.

 

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

 

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

 

 

 

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact