Mijn Kifid

Kifid: prejudiciële vragen Hof Den Haag geen aanleiding voor het aanhouden van beleggingsverzekeringsklachten

De prejudiciële vragen van het Hof Den Haag aan de Hoge raad inzake beleggingsverzekeringen van Nationale Nederlanden zijn voor Kifid geen reden om de behandeling van klachten over beleggingsverzekeringen aan te houden. Kifid constateert dat de vragen die zijn voorgelegd aan de Hoge Raad sterk lijken op de vragen zoals het Europese Hof van Justitie die in de Van Leeuwen-zaak op 29 april 2015 heeft beantwoord.

Klachtbehandeling gaat door

Het Hof Den Haag heeft op 2 maart 2021 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad in de zaak van Vereniging Woekerpolis.nl tegen Nationale Nederlanden. Die vragen gaan over de informatie- en zorgplichten die verzekeraars hadden bij in het verleden afgesloten beleggingsverzekeringen. Dit heeft geleid tot enkele verzoeken van consumenten en financiële dienstverleners om de behandeling van beleggingsverzekeringsklachten bij Kifid aan te houden. Kifid heeft die verzoeken niet gehonoreerd, omdat de prejudiciële vragen voor Kifid geen aanleiding geven voor het stil leggen van de behandeling van alle beleggingsverzekeringsklachten.

Individueel bezien

Kifid realiseert zich dat de antwoorden op de prejudiciële vragen voor bepaalde individuele klachten over beleggingsverzekeringen relevant kunnen zijn. Zowel de Geschillencommissie als de Commissie van Beroep zal per klacht over een beleggingsverzekering bezien of de prejudiciële vragen impact kunnen hebben op de specifieke rechtsvragen in die betreffende klacht en of dit aanhouding van de betreffende klacht rechtvaardigt.

Zo zijn mogelijk de antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen van belang voor de beoordeling van klachten over beleggingsverzekeringen van het type Universal Life. Bij een Universal Life beleggingsverzekering is de hoogte van de periodiek in rekening gebrachte overlijdensrisicopremie mede afhankelijk van de kapitaalopbouw. Vanwege het genoemde mogelijke belang zet Kifid de behandeling van beleggingsverzekeringsklachten van het type Universal Life voort totdat de schriftelijke fase is afgerond. Een eventuele mondelinge behandeling of uitspraak op stukken in dit soort klachten zal pas plaatsvinden nadat de uitkomst van de prejudiciële procedure bekend is.
In de klachtzaken waarvoor het onderzoek door de Geschillencommissie al is afgerond volgt gewoon uitspraak.

Kifid-lijn

De vijf richtinggevende uitspraken van de Commissie van Beroep, gedaan in 2016 en 2017, en een groot aantal uitspraken van de Geschillencommissie daarna, geven een helder inzicht in de wijze waarop Kifid klachten over beleggingsverzekeringen beoordeelt. De prejudiciële vragen die nu voorliggen bij de Hoge Raad lijken sterk op de vragen die in 2015 al door het Europese Hof van Justitie zijn beantwoord. Het is met kennis van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 29 april 2015 dat de Commissie van Beroep haar richtinggevende uitspraken heeft gedaan.

In dat arrest heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat de Derde Levensrichtlijn (waarin informatieverplichtingen voor verzekeraars zijn opgenomen) er niet aan in de weg staat dat een verzekeraar op grond van algemene beginselen van intern recht (bijvoorbeeld open of ongeschreven regels) aanvullende informatieverplichtingen heeft. Een verzekeraar kan op grond van het Nederlandse recht gehouden zijn de verzekeringnemer bepaalde informatie te verstrekken in aanvulling op de informatieverplichtingen uit de Derde Levensrichtlijn. Voorwaarde is wel – aldus het Europese Hof van Justitie – dat de verlangde informatie duidelijk en nauwkeurig is en noodzakelijk is voor een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verzekeringsovereenkomst en dat zij voldoende de rechtszekerheid waarborgt.

Uit de vijf richtinggevende uitspraken blijkt onder meer dat Kifid terughoudend is het met aannemen van een aanvullende informatieverplichting voor de verzekeraar. In uitspraak CvB 2017-023A concludeert de Commissie van Beroep, dat als er sprake is van een niet denkbeeldig bijzonder risico als gevolg van het hefboom- en inteereffect, het voor de verzekeraar voorspelbaar is dat hij de consument over dat risico moet informeren, omdat het noodzakelijk is voor een goed begrip van de verzekering. Raadpleeg voor meer informatie over de Kifid-lijn het ‘Overzicht belangrijkste beslissingen van de CvB’.

Lees meer over de klachtbehandeling Beleggingsverzekeringen.

Ook interessant