Mijn Kifid

Kifid KennisDe geldverstrekker zegt de overeenkomst op, wat nu?

De situatie

U heeft bij uw bank of kredietverstrekker al geruime tijd een spaar, betaal- of beleggingsrekening of een doorlopend krediet. Op een gegeven moment besluit de bank de overeenkomst met u te beëindigen. U bent het daar niet mee eens en wilt weten wat u tegen de bank kunt ondernemen.

De algemene regel

Spaar, betaal- of beleggingsrekeningen en doorlopende kredieten zijn zogenoemde duurovereenkomsten. De bank mag zo’n overeenkomst over het algemeen opzeggen, ook wanneer er in de voorwaarden niets over de opzegging is geregeld. De bank moet in de manier waarop de opzegging plaatsvindt echter wel rekening houden met uw belangen, bijvoorbeeld door een redelijke termijn in acht te nemen.

Drie voorbeelden

  • Rekening opgezegd mét een opzeggingsregeling
    • Een klant heeft sinds 1995 een Kapitaalmarktindex Rekening (KMIR). Op deze rekening ontvangt de klant een aantrekkelijke rente over het saldo boven 11.000 euro. Sinds 2016 schommelt de rentevergoeding op de KMIR tussen 1,45 procent en 1,50 procent. In de voorwaarden staat: Zowel de rekeninghouder als ABN AMRO kunnen de rekening op elk gewenst moment en tegen elke gewenste datum opzeggen. Op 15 januari 2019 maakt de bank van dat recht gebruik en bericht de klant per brief dat zij besloten heeft om de KMIR per 31 maart 2019 te beëindigen en om te zetten in een spaarrekening. Wij kunnen ons voorstellen dat dit geen goed nieuws is en dat u teleurgesteld bent in dit besluit. Maar wij kunnen de relatief hoge rente van 1,5 procent voor een saldo tot 230.000 euro niet langer aanbieden. De reden hiervoor is de aanhoudend lage rentestand op de geld- en kapitaalmarkt.

      De klant vindt zowel de opzegtermijn als het alternatief aan de magere kant en vordert een schadevergoeding ter grootte van 1,5 procent van 230.000 euro over twee jaar. Dit komt neer op een bedrag van 6.900 euro.
      De Geschillencommissie beoordeelt de zaak en stelt vast dat het om een duurovereenkomst gaat waarbij een opzeggingsregeling in de voorwaarden staat. De bank mocht gebruik maken van haar contractuele bevoegdheid om de KMIR op elk gewenst moment en elke gewenste datum op te zeggen, tenzij dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

      De Geschillencommissie toetst of het onaanvaardbaar is dat de bank

      1. de overeenkomst heeft opgezegd en
      2. daarbij een opzegtermijn van twee maanden in acht heeft genomen.

      Volgens de Geschillencommissie heeft de bank een duidelijk belang bij het opzeggen van de KMIR. Uiteraard heeft de klant een belang bij voortzetting, maar het enkele feit dat de rente op een andere spaarrekening lager is, is onvoldoende zwaarwegend om te concluderen dat de opzegging onaanvaardbaar was. Ook over de opzegtermijn oordeelt de Geschillencommissie dat die niet onredelijk is. De consument betoogt dat hij meer tijd nodig heeft om zijn geld elders te beleggen, bijvoorbeeld in vastgoed, maar daar gaat de Geschillencommissie niet in mee. (GC 2019-783)

  • Rekening opgezegd zónder opzeggingsregeling
    • Een klant heeft een Private Banking Spaarrekening met een rente van 1 procent. De bank stuurt de klant medio oktober 2018 een brief en kondigt daarin aan per 30 december 2018 te stoppen met het aanbieden van dit product en het bedrag over te zetten naar een spaarrekening met een veel lagere rente. De klant zal tot 30 december de rente van 1 procent ontvangen.

      De klant is het hiermee oneens en eist bij Kifid een schadevergoeding die hij heeft becijferd op 12.000 euro per jaar vanaf januari 2019.
      In de overeenkomst en de voorwaarden is niets overeengekomen over opzegging door de bank. Dat betekent volgens vaste rechtspraak dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is, maar dat de eisen van redelijkheid en billijkheid dan wel meebrengen dat er drie zaken worden getoetst:

      1. is er een voldoende zwaarwegende reden voor de opzegging,
      2. is een redelijke opzegtermijn in acht genomen en
      3. gaat de opzegging gepaard met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

      De reden voor de opzegging is zwaarwegend genoeg: van de bank hoefde niet te worden verwacht dat zij nog langer een verliesgevend product zou handhaven. Naar het oordeel van de Commissie van Beroep heeft de bank met een opzegtermijn van 2,5 maanden aan de klant voldoende gelegenheid gegeven om zich te oriënteren op een ander spaarproduct en om zijn geld naar een ander product over te zetten. Van een schadevergoeding is dus ook geen sprake. (CvB 2020-021)

  • Expat wil creditcard terug
    • Een in Thailand woonachtige consument heeft een betaalrekening met bijbehorende creditcard in Nederland. Op enig moment zegt de bank deze rekening op en is ook de creditcard niet langer te gebruiken. Volgens de bank kan zij geen bancaire diensten verlenen aan een privépersoon die niet woonachtig is in de EU, tenzij deze persoon een expat is. Volgens de consument voldoet hij wel degelijk aan de definitie van expat. Hij eist herstel van de creditcardrelatie en een schadevergoeding.

      De Geschillencommissie beoordeelt de opzegging. Er is in dit geval sprake van een opzeggingsregeling: in de Algemene Voorwaarden staat dat de bank een opzegtermijn heeft van twee maanden. Hier heeft de bank zich niet aan gehouden. Daarmee heeft de bank de klant de mogelijkheid ontnomen om bezwaar te maken tegen (de reden van) van het besluit om de creditcard op te zeggen. Ook heeft de bank geen zwaarwegende reden kunnen aanvoeren die zou rechtvaardigen dat er in dit geval geen rekening is gehouden met de opzegtermijn.

      De Geschillencommissie beslist dat de bank de creditcardrelatie met de consument herstelt voor de duur waarvoor hij een expatstatus heeft. Er wordt geen schadevergoeding toegewezen, omdat de consument niet heeft aangetoond dat er schade is geleden.  keren. (GC 2021-0597)

Uitleg

Een duurovereenkomst wordt aangegaan voor een langere periode. Gedacht moet worden aan producten zoals een betaalrekening, een spaarrekening, een beleggingsrekening of een doorlopend krediet. Over het algemeen worden duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd afgesloten.

Over de opzegging van duurovereenkomsten heeft de Hoge Raad twee belangrijke uitspraken gedaan. Kifid volgt in de beoordeling van klachten deze lijn. Het gaat om de uitspraken van 28 oktober 2011 ( arrest Gemeente De Ronde Venen/Stedin) en 2 februari 2018 (arrest Goglio/SMQ Group),

Het is voor de beoordeling van belang of de consument en de bank wel of niet een opzeggingsregeling zijn overeengekomen. Daarvoor wordt gekeken naar wat er in de voorwaarden staat opgenomen.

Is er geen opzeggingsregeling, dan wil dat niet zeggen dat de duurovereenkomst moet voortduren. Deze mag worden opgezegd. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat er voldaan moet worden aan drie voorwaarden. Er zal worden beoordeeld of er

  1. een voldoende zwaarwegende reden bestaat voor de opzegging, of er
  2.  een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen en of
  3. de consument recht heeft op een (schade)vergoeding.

Is er wel een opzeggingsregeling, dan kunnen er afhankelijk van de omstandigheden toch nadere eisen aan de opzegging worden gesteld. De opzegging mag, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, niet onaanvaardbaar zijn.

Uit uitspraken blijkt dat een bank het recht heeft om een verlieslijdend product te beëindigen. Dit wordt beschouwd als een voldoende zwaarwegende reden. Ook een gemotiveerde beleidskeuze om van bepaalde klantgroepen afscheid te nemen kan beschouwd worden als voldoende zwaarwegend.

Is er in de voorwaarden niets opgenomen over een opzegtermijn, dan wordt tweeënhalve maand in de regel als een redelijke termijn beschouwd. Is in de voorwaarden opgenomen dat per direct kan worden opgezegd, dan zal beoordeeld worden of dat redelijk is of dat de bank de klant meer tijd had moeten geven om zich te oriënteren op een alternatief.

Voor kredietovereenkomsten, zoals een doorlopend krediet, is een opzeggingsbevoegdheid opgenomen in de wet. Hierin is bepaald dat een kredietverstrekker, als dit in de overeenkomst is opgenomen, de overeenkomst mag beëindigen mits er een opzegtermijn van twee maanden wordt gehanteerd en de opzegging schriftelijk gebeurt.

Omdat geldverstrekkers doorgaans de reden voor beëindiging van een duurovereenkomst goed kunnen onderbouwen, ontbreekt voor de Geschillencommissie vaak de juridische reden om uw claim te kunnen toewijzen. De geldverstrekker staat immers juridisch gezien in haar recht. Wel kan Kifid proberen om door bemiddeling tot een oplossing te komen.

Tip

Of u wel of niet een opzeggingsregeling bent overeengekomen, kunt u lezen in de overeenkomst met uw bank of kredietverstrekker en de toepasselijke algemene voorwaarden. Kijk hierbij goed naar de termijn die is overeengekomen. Bent u geen termijn overeengekomen, dan is een termijn van tweeënhalve maand vaak redelijk. Heeft uw bank of kredietverstrekker zich niet aan deze termijn gehouden, dan zou het zo kunnen zijn dat de opzegging onterecht was.

Meer over dit onderwerp

De informatie in dit Kennisdocument is bedoeld om u inzicht en achtergrond te geven in de manier waarop Kifid met klachten over een bepaald onderwerp omgaat. Dit kan u helpen bij de voorbereiding van uw eigen zaak. Uiteraard is elke situatie anders. In uw klachtzaak kan een omstandigheid spelen die wij hier niet hebben genoemd.

Heeft de informatie in dit kennisdocument u geholpen?

Ook interessant

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen